Volmacht of machtiging, wat is dat?

Een volmacht is de bevoegdheid die een volmachtgever verleent aan een ander, de gevolmachtigde, om in zijn naam rechtshandelingen te verrichten (zie ook art 3:60 BW). De gevolmachtigde “valt er als het ware tussenuit”. Een volmacht wordt ook wel “machtiging” genoemd; de gevolmachtigde heet dan “gemachtigde“.

Dat de gevolmachtigde “er tussenuit valt” volgt uit art 3:66 lid 1 BW dat bepaalt dat een door de gevolmachtigde binnen de grenzen van zijn bevoegdheid verrichte rechtshandeling in haar gevolgen de volmachtgever treft. De rechtshandeling komt dus tot stand tussen de volmachtgever en degene met wie de gevolmachtigde handelt (niet dus tussen de gevolmachtigde en degene met wie hij of zij handelt).

Voorbeeld:
De heer Jansen geeft mevrouw Pietersen een volmacht om tijdens zijn vakantie een fiets voor hem te kopen. Mevrouw Pietersen gaat naar de rijwielhandelaar, laat de volmacht zien en koopt een fiets, te betalen bij levering (de fiets moet worden besteld). De koopovereenkomst komt nu tot stand tussen de heer Jansen en de rijwielhandelaar. Mevrouw Pietersen (de gevolmachtigde) valt er als het ware tussenuit. Dat heeft belangrijke gevolgen. Zou de heer Jansen de fiets niet niet willen afnemen en betalen als de rijwielhandelaar de fiets binnen krijgt, dan is hij (en niet mevrouw Pietersen die de bestelling voor hem deed) aansprakelijk.

Zou mevrouw Pietersen echter een scooter hebben besteld in plaats van een fiets, ofschoon de volmacht duidelijk vermeldde dat zij (slechts) was gevolmachtigd een fiets te bestellen, dan kan de heer Jansen niet worden verplicht de scooter af te nemen. In dat geval heeft de rijwielhandelaar aan zichzelf te wijten dat hij met een scooter blijft zitten (in de volmacht stond immers duidelijk dat het ging om het bestellen van een fiets).

Stel dat de volmacht luidde dat mevrouw Pietersen bevoegd was om namens de heer Jansen transportmiddelen te kopen, maar dat daarnaast mondeling was afgesproken dat zij die volmacht slechts zou gebruiken om een fiets te kopen. Stel ook dat mevrouw Pietersen die mondelinge afspraak niet meedeelt aan de rijwielhandelaar. Nu kan de rijwielhandelaar die beperking niet kennen; in de volmacht wordt immers gesproken van “transportmiddelen”. Bestelt mevrouw Pietersen nu een scooter in plaats van een fiets, dan is de heer Jansen verplicht de scooter af te nemen en daarvoor aan de rijwielhandelaar te betalen. Tegelijk echter heeft hij een vordering tot vergoeding van zijn schade op mevrouw Pietersen, aangezien zij de grenzen van haar volmacht (die door de nadere mondelinge afspraak was beperkt) heeft overschreden. De heer Jansen moet die mondelinge afspraak dan natuurlijk wel kunnen bewijzen.

Een vergelijkbaar geval: stel dat de heer Jansen vervroegd terugkeert van vakantie en de volmacht herroept. Mevrouw Pietersen is nu niet langer bevoegd om een fiets namens hem te bestellen. Doet zij dat toch, dan kan de rijwielhandelaar niet weten dat de volmacht die hem wordt getoond inmiddels herroepen is. De heer Jansen blijft nu aansprakelijk om de fiets af te nemen en daarvoor te betalen. De rijwielhandelaar mocht immers in redelijkheid aannemen dat de (door de heer Jansen getekende) volmacht die hem werd getoond geldig was.

Stel echter dat in het vorige voorbeeld de heer Jansen inmiddels failliet blijkt te zijn gegaan en diens curator weigert om de fiets af te nemen (en daarvoor te betalen). In dat geval staat de rijwielhandelaar niet met lege handen. Hij heeft namelijk ook een vordering op mevrouw Pietersen tot vergoeding van zijn schade aangezien zij heeft in te staan voor het bestaan en de omvang van haar volmacht.

Hierboven werd al beschreven dat de volmacht de gevolmachtigde bevoegd maakt rechtshandelingen te verrichten. Dat wil niet zeggen dat de gevolmachtigde daartoe ook verplicht is. De volmachtverlening is namelijk een zgn. eenzijdige rechtshandeling. Of de gevolmachtigde ook verplicht is de rechtshandeling te verrichten hangt af van de relatie tussen hem en de volmachtgever. Is er bijvoorbeeld ook een lastgeving afgesproken of een overeenkomst van opdracht dan is de gevolmachtigde meestal ook verplicht tot het verrichten van (bepaalde) rechtshandelingen.

Ondanks de verleende volmacht blijft de gevolmachtigde echter soms toch een rol spelen. Het gaat dan om zgn. toerekeningsvraagstukken: situaties waarbij verschil van mening bestaat of de gevolmachtigde de rechtshandeling wel heeft willen verrichten, of waarbij hij heeft gedwaald of waarbij hij onder druk is gezet of er door de wederpartij misbruik van omstandigheden is gemaakt. Ook kan de gevolmachtigde nog steeds van belang zijn bij de vraag of hij bekend was met bepaalde feiten of niet. Zie in dit verband art 3:66 lid 2 BW. Dit artikel is een bijzondere toepassing van de meer algemene artt. 3:35 en 3:36 BW.

Maar als dergelijke uitzonderlijke situaties zich niet voordoen geldt dat de rechtshandeling die de gevolmachtigde verricht in beginsel leidt tot een rechtsverhouding tussen de volmachtgever en de wederpartij, waarbij de gevolmachtigde in principe geen rol (meer) speelt.

 

Download PDF